Een onverwacht huisbezoek

Door de huidige aandacht voor de commerciële verzelfstandiging van de comedor – het tevredenstellen van vaste gasten, het stroomlijnen van het service, het drukken van de kosten en het streven naar winst – zou je bijna vergeten waarvoor de comedor is opgericht: het ondersteunen van de kinderen van Keiko Sofia.

De wijk waar de comedor staat is zeker verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Meer straten zijn verhard en voorzien van een stoep, meer huizen zijn van baksteen in plaats van stro en leem en er zijn zelfs huizen met meer dan één verdieping en glimmende glazen ruiten en een echte houten deur met deurknop in plaats van een golfplaat.

Door mijn onwetende optimisme over deze duidelijk zichtbare vooruitgang van Keiko Sofia zag ik het minder zichtbare leed over het hoofd. Tot mijn naïviteit afgelopen vrijdag abrupt werd verstoord met een onverwacht en onaangekondigd huisbezoek aan één van de kinderen die tot voor kort bij de comedor kwam eten. Op weg van de bushalte naar de comedor en omgekeerd, zal ik al minstens honderd keer het lemen muurtje met de golfplaten voordeur zijn gepasseerd. Achter die voordeur bestaat een andere wereld.

De moeder van Alex opende de deur met glinsterende zweetdruppeltjes op haar voorhoofd. Ze was hout aan het hakken op de binnenplaats die op dit uur volledig werd beschenen door de felle zon. Ik gaf haar, zoals gebruikelijk in Peru, een zoen op haar wang. Ze leek verlegen en zelfs beschaamd en ik voelde het ongemak van onaangekondigd iemands huis binnenvallen. Na wat ongemakkelijke blikken heen en weer, spreekt mijn collega – en haar buurtgenote – Teofila met haar in het Quechua. Ik kan het niet verstaan.

Het huis, bestaande uit drie kleine donkere kamertjes, is vuil en armoedig ingericht. In de lagergelegen en ongebruikte binnenplaats staat grondwater dat inmiddels bruin ziet en waar stinkende algen in groeien. In huis zijn ook Alex (6 of 7 jaar, zijn moeder twijfelt), Yessica (ik neem aan een zusje), oma en een babybroertje met alleen een mutsje op en shirtje aan. Er is geen geld voor luiers, dus de baby een broek aantrekken is dan ook niet handig. De familie bestaat ook nog uit Alex’ drie andere broertjes en zusjes die op straat spelen, en een volwassen zoon die ergens anders woont. Vader bevindt zich buiten de stad en neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn gezin.

Ze is stammetjes aan het splijten om te kunnen koken, zegt ze tegen Teofila. Ze laat ons zonder aarzelen de keuken zien, waar ik wel meerdere pannen en wat serviesgoed zie staan, maar nog geen korrel rijst kan ontdekken. Als ik vraag wat ze gaat koken en Teofila voor me vertaalt, discussiëren de twee vrouwen geruime tijd. De moeder van Alex begint wanhopig te kijken. Teofila zegt dan: “Ze heeft geen geld om eten te kopen, maar ze gaat proberen een pan soep te maken vanavond”. Soep waarvan weet ik niet en ik durf niet verder te vragen.

Alex kwam afgelopen jaar elke schooldag lunchen in comedor El Fuego voor een prijs van S/. 0,50 (0,13 euro) per maaltijd. Op een gegeven moment ontstond er een betalingsachterstand doordat zijn moeder de vijftig centimos niet langer kon opbrengen. Na twee maanden konden de kokkinnen niet anders dan Alex naar huis sturen. De ouders van de kinderen die ondersteund worden door Stichting El Fuego betalen een minimale vergoeding als stok achter de deur: op deze manier blijven de kinderen elke dag komen waardoor ondervoeding structureel tegengegaan wordt. Het voorbeeld van Alex toont echter aan dat de praktijk weerbarstiger is. In dit geval blijkt het vergoedingensysteem averechts te werken en worden juist de kinderen die de hulp het hardst nodig hebben, buitenspel gezet.

Met de moeder van Alex spreek ik af dat ik volgende week weer op bezoek kom en dat ik hoop dat Stichting El Fuego een oplossing vindt waarmee we de vijf schoolgaande kinderen kunnen ondersteunen. Ik laat het zakje chaufa (nasi goreng) en de drie sinaasappels in mijn rugtas achter in de handen van oma. Zij knikt dankbaar, maar in mij is langzaam een leegte ontstaan, daar waar eerst het heerlijke naïeve optimisme huisde.

Terug op straat fluiten de vogels weer, de kinderen rennen en schreeuwen, en de mamita met haar kraampje op de hoek zit er nog steeds om pacay en bananen van het vruchtbare Ayacuchaanse platteland te verkopen.

De familie op een hoger gelegen platje op de binnenplaats: Yessica, oma, Alex, en mama met baby aan de borst. Er wonen ook nog drie andere broertjes en zusje van Alex in het huis.


Alex in de slaapkamer waar ook een kip met kuikens en verscheidene katten en kittens wonen. Er zijn vier (zeer vervuilde) slaapplaatsen voor de acht gezinsleden.  #

Share This